6 juli 2024
Het maakt me niet uit wat voor werk je doet, ik wil weten waar je naar HUNKERT.
Ik kreeg het gedicht ooit doorgestuurd van iemand die me goed kent. The Invitation, van Oriah Mountain Dreamer. Geen idee meer in welke context. Waarschijnlijk was ik weer ergens halsoverkop in gestapt, vol vuur en vaart. Typisch.
Maar die eerste zinnen bleven hangen.
“Ik wil weten waar je naar hunkert – en of je durft te dromen over het vervullen van je hartenwens.”
Dat is het dus. De kern. Ik hunker. Al m’n hele leven. Naar avontuur, naar diepgang, naar verbondenheid. Naar zin, met een hoofdletter Z. En ook naar rust, al duurt die bij mij vaak maar tweeënhalve dag.
Het lastige is: hunkeren is niet zo praktisch. Het laat zich lastig vangen in een planning. En áls ik het probeer, dan verander ik halverwege meestal weer van koers. Niet omdat ik niet weet wat ik wil, maar omdat ik onderweg weer iets nieuws voel. Iets dat roept. Dat lonkt. Dat zegt: “hé, jij daar, dit is ook mogelijk.”
Er waren tijden dat ik dat onvolwassen vond van mezelf. Wispelturig. “Kies nou gewoon iets.” Maar ik begin te snappen dat het niet onvolwassen is. Het is vol-leven. Het is mijn manier van navigeren.
Het leven vraagt soms om duidelijkheid, structuur, volgorde. Maar hunkering – échte hartenwens-hunkering – vraagt om ruimte. Om het risico om een beetje dwaas te lijken. Omdat je gelooft in iets dat nog niet zichtbaar is. Omdat je voelt dat het klopt, ook al kan je het niet uitleggen.
En nee, dat past niet altijd netjes op een cv. Maar dat hoeft ook niet. Want wat ik écht wil weten – van mezelf, van anderen – is niet: “wat doe je precies?” Maar: “Waar verlang je naar?” En: “Wat houd je tegen?”
De rest ontdekken we wel onderweg.